Mausoleum van Maussollos

2007 Scholen Wikipedia Selectie. Verwante onderwerpen: Oude Geschiedenis, Klassieke Geschiedenis en Mythologie

Een fantasievolle interpretatie van het Mausoleum van Maussollos, naar een gravure uit 1572 van Martin Heemskerck ( 1498- 1574), die zijn reconstructie baseerde op beschrijvingen

Het Mausoleum van Maussollos, of Mausoleum van Halicarnassus was een graftombe die tussen 353- 350 v.C. in Halicarnassus (het huidige Bodrum, Turkije) werd gebouwd voor Mausolus (in het Grieks Μαύσωλος), een provinciale koning in het Perzische Rijk, en Artemisia II van Caria, zijn echtgenote en zuster. Het bouwwerk werd ontworpen door de Griekse architecten Satyrus en Pythius. Het was ongeveer 45 meter hoog en elk van de vier zijden was versierd met sculpturale reliëfs gemaakt door een van de vier Griekse beeldhouwers – Bryaxis, Leochares, Scopas en Timotheus. Het voltooide bouwwerk werd beschouwd als zo’n esthetische triomf dat Antipater van Sidon het aanwees als een van zijn zeven wonderen van de antieke wereld. Het woord mausoleum wordt sindsdien algemeen gebruikt voor elke grote graftombe, hoewel “Mausol – eion”, oorspronkelijk “verbonden met Mausol” betekende.

Het leven van Maussollos en Artemisia

In 377 v. Chr. was Halicarnassus de hoofdstad van een kleine streek en koninkrijk aan de kust van Anatolië. In dat jaar stierf de heerser van de streek, Hecatomnus van Milas, en liet de controle over het koninkrijk na aan zijn zoon, Mausolus. Hecatomnus, een plaatselijke satraap van de Perzen, nam de controle over verschillende van de naburige steden en districten over. Na Mausolus en Artemisia had hij nog verschillende andere zonen en dochters: Ada (adoptiemoeder van Alexander), Idrieus en Pixodarus. Mausolus breidde zijn grondgebied uit tot in het zuidwesten van Anatolië. Mausolus en Artemisia regeerden vanuit Halicarnassus over het omringende gebied gedurende 24 jaar. Mausolus, hoewel afstammend van de plaatselijke bevolking, sprak Grieks en bewonderde de Griekse manier van leven en regeren. Hij stichtte vele steden naar Grieks ontwerp langs de kust en moedigde de Griekse democratische tradities aan. Mausolus besloot een nieuwe hoofdstad te bouwen, een stad die even moeilijk te veroveren was als prachtig om te zien. Hij koos de stad Halicarnassus. Als Mausolus’ schepen een klein kanaal blokkeerden, konden ze alle vijandelijke oorlogsschepen buiten houden. Hij begon om van Halicarnassus een geschikte hoofdstad voor een krijgshaftige prins te maken. Zijn werklui verdiepten de haven van de stad en gebruikten het opgesleepte zand om beschermende armen voor de geul te maken. Op het land plaveiden zij pleinen, straten en huizen voor de gewone burgers, en aan één kant van de haven bouwden zij een enorm fort-paleis voor Mausolus, zo geplaatst dat hij vrij uitzicht had over zee en landinwaarts naar de heuvels – plaatsen van waaruit vijanden konden aanvallen. Op het land bouwden de arbeiders ook muren en wachttorens, een theater in Griekse stijl en een tempel voor Ares, de Griekse god van de oorlog.

Schaalmodel van het Mausoleum, op Miniatürk, Istanbul

Mausolus en Artemisia gaven enorme hoeveelheden belastinggeld uit om de stad te verfraaien. Ze kochten standbeelden, tempels en gebouwen van glimmend marmer. In het centrum van de stad wilde Mausolus na zijn dood een rustplaats voor zijn lichaam inrichten. Het zou een graftombe worden die voor altijd zou laten zien hoe rijk hij en zijn koningin waren. En in 353 v. Chr. stierf Mausolus, Artemisia bedroefd achterlatend. (Het was de gewoonte in Caria dat heersers trouwden met hun eigen zusters. Een van de redenen voor dit soort huwelijken was dat zo de macht en de rijkdom in de familie bleven). Als eerbetoon aan hem besloot zij de prachtigste graftombe van de toen bekende wereld voor hem te bouwen. Het werd een bouwwerk zo beroemd dat de naam van Mausolus nu door ons moderne woord mausoleum geassocieerd wordt met alle statige graftombes. Het bouwwerk was ook zo mooi en uniek dat het een van de zeven wereldwonderen van de oude wereld werd. Kort nadat met de bouw van de tombe was begonnen, kwam Artemisia in een crisis terecht. Rhodos, een eiland in de Egeïsche zee tussen Griekenland en Anatolië, was veroverd door Mausolus. Toen de Rhodiërs van zijn dood hoorden, kwamen zij in opstand en zonden een vloot schepen uit om de stad Halicarnassus in te nemen. Artemisia wist dat de Rhodische vloot op weg was en verborg haar eigen schepen op een geheime plaats aan de oostkant van de haven van de stad. Nadat troepen van de Rhodische vloot van boord waren gegaan om aan te vallen, deed Artemisia’s vloot een verrassingsaanval, veroverde de Rhodische vloot en sleepte deze de zee op. Artemisia zette haar eigen soldaten op de binnenvallende schepen en zeilde ze terug naar Rhodos. De Rhodiërs dachten dat de teruggekeerde schepen hun eigen zegevierende zeemacht waren, maar slaagden er niet in zich te verdedigen en de stad werd gemakkelijk veroverd, waarmee de opstand was beëindigd. Artemisia leefde slechts twee jaar na de dood van haar man. De urnen met hun as werden bijgezet in de nog niet voltooide tombe. Als een vorm van offerritueel werden de lichamen van een groot aantal dode dieren op de trappen geplaatst die naar de tombe leidden, waarna de trappen werden volgestort met stenen en puin, waardoor de toegang werd afgesloten. Volgens de geschiedschrijver Plinius besloten de ambachtslieden na de dood van hun beschermheer te blijven en het werk af te maken, “overwegende dat het tegelijk een gedenkteken was van zijn eigen roem en van de kunst van de beeldhouwer.”

De bouw van het Mausoleum

Het Mausoleum in ruïnes, zoals het er nu uitziet

Artemisia besloot dat kosten noch moeite gespaard mochten worden bij de bouw van de graftombe. Ze stuurde boodschappers naar Griekenland om de meest getalenteerde kunstenaars van die tijd te vinden. Onder hen bevond zich Scopas, de man die toezicht had gehouden op de herbouw van de tempel van Artemis te Efeze. Andere beroemde beeldhouwers, zoals Bryaxis, Leochares en Timotheus, voegden zich bij hem, evenals honderden andere ambachtslieden. De graftombe werd gebouwd op een heuvel die over de stad uitkeek. Het geheel stond op een omsloten binnenplaats. In het midden van de binnenplaats was een stenen platform waarop de tombe zelf stond. Een trap, geflankeerd door stenen beelden van leeuwen, leidde naar de top van het platform. Langs de buitenmuur hiervan stonden vele beelden die goden en godinnen voorstelden. Op elke hoek bewaakten stenen krijgers, te paard, de graftombe. In het midden van het platform bevond zich de tombe zelf. De structuur, die voor het grootste deel uit marmer bestond, rees als een vierkant, taps toelopend blok tot een derde van de 45 meter (135 voet) hoogte van het Mausoleum. Dit gedeelte was bedekt met reliëf beeldhouwwerk met actiescènes uit de Griekse mythologie/geschiedenis. Een deel toonde de strijd van de centauren met de lapiths. Een ander beeldde Grieken uit in gevecht met de Amazones, een ras van vrouwelijke krijgers. Bovenop dit gedeelte van de tombe stonden zesendertig slanke zuilen, negen per zijde, die een derde van de hoogte besloegen. Tussen elke zuil stond een ander standbeeld. Achter de zuilen bevond zich een massief object dat het gewicht van het massieve dak van de tombe droeg. Het dak, dat het laatste derde deel van de hoogte besloeg, had de vorm van een piramide. Op de top stond een quadriga: vier massieve paarden die een strijdwagen trokken waarin afbeeldingen van Mausolus en Artemisia reden.

Het Mausoleum in middeleeuwse en moderne tijden

Het ontwerp van de Shrine of Remembrance in Melbourne is geïnspireerd op dat van het Mausoleum

Het Mausoleum keek eeuwenlang uit over de stad Halicarnassus. Het was onaangeroerd toen de stad in 334 v. Chr. in handen van Alexander de Grote viel en nog steeds onbeschadigd na aanvallen van piraten in 62 en 58 v. Chr. Het stond zo’n 16 eeuwen boven de ruïnes van de stad. Toen verbrijzelde een reeks aardbevingen de zuilen en stortte de stenen strijdwagen op de grond. In 1404 was alleen de basis van het Mausoleum nog herkenbaar. In het begin van de 15e eeuw na Christus vielen de Ridders van Sint Jan van Malta de regio binnen en bouwden een enorm kasteel. Toen zij in 1494 besloten het te versterken, gebruikten zij de stenen van het Mausoleum. In 1522 zorgden geruchten over een Turkse invasie ervoor dat de kruisvaarders het kasteel van Halicarnassus (dat toen Bodrum heette) versterkten en een groot deel van de overgebleven delen van de tombe werden opgebroken en binnen de kasteelmuren gebruikt. Delen van gepolijst marmer uit de tombe zijn daar vandaag nog te zien. In die tijd ging een groep ridders de basis van het monument binnen en ontdekte de kamer met daarin een grote doodskist. In veel geschiedenissen over het Mausoleum kan men het volgende verhaal vinden over wat er gebeurde: De groep, die besloot dat het te laat was om het die dag nog te openen, keerde de volgende ochtend terug en trof het graf en de eventuele schat die het bevatte, geplunderd aan. De lichamen van Mausolus en Artemisia waren ook verdwenen. De ridders beweerden dat Moslim dorpelingen verantwoordelijk waren voor de diefstal, maar het is net zo waarschijnlijk dat sommige kruisvaarders zelf de graven hebben geplunderd. Op de muren van het kleine museumgebouw naast de plaats van het Mausoleum vinden we een ander verhaal. Onderzoek door archeologen in de jaren zestig van de vorige eeuw toont aan dat lang voor de komst van de ridders grafrovers een tunnel onder de grafkamer hadden gegraven en de inhoud hadden gestolen. Ook stelt het museum dat het zeer waarschijnlijk is dat Mausolus en Artemisia gecremeerd waren, zodat alleen een urn met hun as in de grafkamer werd geplaatst. Dit verklaart waarom er geen lichamen werden gevonden.

Grant’s Tomb in New York is gebaseerd op een meer wetenschappelijke reconstructie van het Mausoleum

Voordat een groot deel van het overgebleven beeldhouwwerk van het Mausoleum werd vermalen en verbrand tot kalk voor gips, verwijderden de Ridders enkele van de beste werken en brachten ze onder in het kasteel van Bodrum. Daar bleven ze drie eeuwen. In die tijd verkreeg de Britse ambassadeur verschillende van de beelden uit het kasteel, die zich nu in het British Museum bevinden. In 1852 zond het museum de archeoloog Charles Thomas Newton om meer overblijfselen van het Mausoleum te zoeken. Hij had een moeilijke taak. Hij wist niet precies waar de graftombe zich bevond en de kosten van het opkopen van alle kleine stukjes land in de omgeving om ernaar te zoeken zouden astronomisch hoog zijn geweest. In plaats daarvan bestudeerde Newton de verslagen van schrijvers uit de oudheid, zoals Plinius, om bij benadering de grootte en de plaats van het gedenkteken te bepalen, en kocht vervolgens een stuk grond op de meest waarschijnlijke plaats. Al gravend verkende Newton de omgeving via tunnels die hij onder de omliggende percelen groef. Hij kon enkele muren, een trap, en tenslotte drie hoeken van de fundering lokaliseren. Met deze kennis kon Newton uitzoeken welke stukken land hij moest kopen. Newton groef de site op en vond delen van de reliëfs die de muur van het gebouw versierden en delen van het trapsgewijze dak. Ook werd een gebroken stenen wagenwiel met een diameter van ongeveer 2 meter ontdekt, dat afkomstig was van het beeldhouwwerk op het dak van het Mausoleum. Tenslotte vond hij de beelden van Mausolus en Artemisia die op de top van het gebouw hadden gestaan. Van 1966 tot 1977 werd het Mausoleum grondig onderzocht door Prof. Kristian Jeppesen van de Universiteit van Aarhus, Denemarken. Hij heeft een zesdelig werk over het Mausoleum gepubliceerd, getiteld “The Maussolleion at Halikarnassos”. De schoonheid van het Mausoleum ligt niet alleen in het bouwwerk zelf, maar in de versieringen en beelden die de buitenkant op verschillende niveaus op het podium en het dak versierden. Dit waren tientallen levensgrote en onder en boven levensgrote vrijstaande beelden van mensen, leeuwen, paarden en andere dieren. De vier Griekse beeldhouwers die de beelden maakten: Bryaxis, Leochares, Scopas en Timotheus waren elk verantwoordelijk voor een kant. Omdat de beelden van mensen en dieren waren, neemt het Mausoleum een bijzondere plaats in de geschiedenis in, aangezien het niet aan de goden van het oude Griekenland was gewijd. Tegenwoordig staat het massieve kasteel van de Ridders van Malta nog steeds in Bodrum, en de gepolijste stenen en marmeren blokken van het Mausoleum kunnen binnen de muren van het bouwwerk worden gespot. Op de site van het Mausoleum zelf, blijft enkel de fundering over van het eens zo prachtige Wonder, samen met een klein museum. Sommige van de beeldhouwwerken hebben het overleefd en zijn vandaag te bezichtigen in het British Museum in Londen. Hiertoe behoren fragmenten van standbeelden en vele platen van het fries waarop de strijd tussen de Grieken en de Amazones is afgebeeld. Daar waken de beelden van Mausolus en zijn koningin voor altijd over de weinige gebroken resten van de prachtige graftombe die zij voor hem bouwde en die nu voor de eeuwigheid verloren is. Moderne gebouwen gebaseerd op het Mausoleum van Maussollos zijn onder andere: Grant’s Tomb in New York City; Los Angeles City Hall; de Shrine of Remembrance in Melbourne, Australië; de torenspits van St. George’s Church Bloomsbury in Londen; het Indiana War Memorial in Indianapolis; en het hoofdkwartier van de Ancient Accepted Scottish Rite Southern Jurisdiction, het Huis van de Tempel in Washington D.C.

Retrieved from ” http://en.wikipedia.org/wiki/Mausoleum_of_Maussollos”

Plaats een reactie