Jan Ingenhousz

Verwezenlijkingen in de natuurwetenschappen

In tegenstelling tot Joseph Priestley en andere chemici die zich vanuit scheikundig oogpunt met de eigenschappen van zuurstof bezighielden, hield Ingenhousz zich bezig met het vraagstuk van het fundamentele evenwicht in het dieren- en plantenrijk. Dit bracht hem ertoe de wederzijdse afhankelijkheid van planten en dieren te onderzoeken. Hij introduceerde het concept dat de bladeren van planten deels functioneren om de lucht te reinigen en te zuiveren. Hij merkte op dat zuurstofemissie een proces is dat overdag door de onderkant van bladeren wordt uitgevoerd, terwijl planten in het donker kleine hoeveelheden kooldioxide uitstoten, in plaats van het te absorberen zoals ze overdag doen.

In zijn beschouwingen aan het eind van het boek zei Ingenhousz:

“Als deze vermoedens gegrond zouden zijn, zou dat veel nieuw licht werpen op de ordening van de verschillende delen van de aardbol en zou de harmonie tussen al haar delen opvallender worden.”

Het boek werd spoedig in vele talen vertaald en werd de grondslag voor dat soort onderzoek dat in de moderne tijd heeft geleid tot een meer fundamenteel begrip van het proces van fotosynthese; zijn zoektocht naar het begrip van economie of evenwicht in de natuur werd echter door zijn tijdgenoten niet goed begrepen. Over de aard en de oorsprong van de zuurstof die de plant afgeeft, ontstond in de jaren 1780 een controverse tussen Ingenhousz en Priestley. Ingenhousz dacht dat water dat planten opnemen verandert in vegetatie en dat een deel van dit water dan vrijkomt als zuurstof.

Plaats een reactie